Dit jaar lijkt de lente al behoorlijk vroeg zijn intrede te doen. Met aangename temperaturen en vele zonuren nemen we officieel afscheid van de winter en verwelkomen wij het voorjaar. Waar de eerste mensen langzaam de terrassen weten te vinden, staan de koeien ook te popelen om de groene weide in te gaan. En een groene weide met vers gras betekent natuurlijk graskaas! Gerard Litjens van kaasboerderij Ravenswaard vertelt je alles over het bedrijf, de weidegang en het kaasmaken.
Al meer dan 50 jaar is de familie Litjens trots eigenaar van kaasboerderij Ravenswaard in het hart van het Land van Maas en Waal. In de loop der jaren groeide het familiebedrijf uit tot een volwaardige kaasboerderij waar kwaliteit hoog in het vaandel staat. Sinds 1996 is de boerderij ook gecertificeerd biologisch. Gerard Litjens startte het bedrijf samen met zijn vader en heeft altijd oog gehad voor milieuvriendelijk boeren. Iedereen in de familie draagt daaraan bij. Zoon Sander en kleinzoon Finn (foto) zorgen voor het vee en de landerijen. Lies, de vrouw van Gerard, maakt nog altijd de kaas samen met Janneke. De boerderijwinkel is dan weer in het beheer van Janneke.
Het leveren van kwaliteit komt deels uit de fascinatie voor de bodem: “Het begint met een gezonde bodem. Goede grond zorgt voor sterk gras, sterk gras voor gezonde koeien en gezonde koeien geven melk van hoge kwaliteit. Daar begint uiteindelijk goede rauwmelkse kaas.” De traditie van het kaasmaken gaat op Ravenswaard hand in hand met innovatie. De kwaliteit van de melk staat voorop en daar wordt dus flink in geïnvesteerd, of zoals Gerard het mooi verwoord: “De kaas heeft bijna alle innovaties betaald”.

Door die investeringen is Ravenswaard uitgegroeid tot een modern biologisch bedrijf. De stallen zijn zeer modern en schoon en je ziet dat robotisering zijn intrede heeft gedaan. De koeien gaan vrijwillig en zelfstandig naar een centrale melkrobot toe, die vervolgens alles nauwkeurig monitort zoals de hoeveelheid en temperatuur van de melk per koe. Ook rijden er kleine robots in de stallen om de mest beter te verwerken. Tijdens het rijpen van de kazen, worden de kazen machinaal omgekeerd en wordt er tegelijk een beschermende waslaag opgedaan. Zelfs de kaasplanken worden tegelijk aan één kant gereinigd.
Naast de zorg voor de eigen bodem, de koeien en het waarborgen van de kwaliteit van de kaas, beheert Ravenswaard ook verschillende percelen in Bergharen voor het Geldersch Landschap. De boerderij ziet landbouw nadrukkelijk als onderdeel van een bredere kringloop. “De kringloop is zo goed als gesloten” zegt Gerard, mede door het leveren van mest aan een biologische pluimveehouderij in de buurt. “De boerderijwinkel loopt ook erg goed en trekt veel mensen uit de omgeving.” Ravenswaard staat ook twee keer per week op de markt met een eigen kraam; één dag in Utrecht en één dag in Nijmegen.
“Graskaas is lekker smeuïg en de smaak is iets zoeter en genuanceerder”
Lokaal is de graaskaas bijzonder populair volgens Gerard, mensen rijden er graag een stukje voor om. Doordat de samenstelling van het voer van de koeien verandert met de seizoenen, verandert ook de structuur van de kaas. Gerard: “De graskaas is lekker smeuïg en de smaak iets zoeter en genuanceerder”. In de winter krijgen de koeien een dieet dat vooral bestaat uit gedroogd gras en maïs, in de lente is dat vooral vers gras. Odin Category Manager Elias Jeremiasse voegt daaraan toe: “Het beeld dat de koeien na de winter naar buiten gaan, springen in de wei en weer vers gras eten, draagt daar zeker aan bij. Het markeert het einde van de winter en voelt bijna als een oogstfeest.