Een gesprek met Jeroen Huijs en Johan Tielen, respectievelijk bedrijfsleider en eigenaar van Bio Brothers uit Horst-America (LB) gaat al snel over nut en noodzaak van hommels en bijen. Bij de teelt van hun aardbeien en courgettes is de kleine bestuiver van
levensbelang.
Hommels (genus Bombus) behoren tot de familie van de bij (Apidae) en worden beschouwd als een groep wilde bijen. ‘Zonder bij geen aardbei’ gaat dus zeker op voor het tuinbouwbedrijf in Horst-America, want het is de hommel die de hoofdrol speelt in de aardbeientunnel. Niet anders dan bij gangbare aardbeientelers overigens, want ook zij zetten hommels in voor de bestuiving van de
aardbei. Hommels en bijen worden bij Bio Brothers ingezet bij de teelt van aardbeien en courgettes. De volken helpen met het bestuiven van 6 hectare aan overkapte aardbeienteelt (in totaal 54 tunnelkassen van 150 meter) en 60 hectare buitenteelt courgette.
Een aardbei heeft bloemen met meeldraden en een stamper. Het stuifmeel van de meeldraden van de bloem moet in contact komen met een stamper. Bestuiving is daarvoor essentieel. De aardbei is tweeslachtig en kan zichzelf bestuiven met hulp van insecten, maar de hommel biedt als bestuiver voordelen. “Een hommel is wat lomp en wat minder beweeglijk dan een bij. Door zijn grootte en wat tragere beweging stoot hij in de bloem van de aardbei overal tegenaan en is daarmee de ideale bestuiver”. Aan het woord is Johan, vierde generatie Tielen binnen het tuinbouwbedrijf. Waar zijn overgrootvader startte met een gangbaar veeteelten tuinbouwbedrijf, is Tielen onder Johan’s vleugels de biologische weg ingeslagen. In het voorjaar vliegt de hommel veel langer dan
de bij, ze vliegen eerder uit en gaan ’s avonds langer door. “We starten met hommels als de eerste bloemen in de aardbei verschijnen en de temperatuur van de grond hoog genoeg is, idealiter een graad of 10, anders is het te koud. De hommel geeft de plant net dat laatste beetje wat wij zelf niet kunnen doen en zorgt daarmee voor 30 tot 40 procent voor de goede zetting van de aardbei,” vertelt bedrijfsleider Jeroen Huijs.
Johan: “We zijn 10 jaar geleden kleinschalig begonnen met biologische aardbeien, toen nog in zes tunnelkassen. Jeroen had via een voormalig werkgever ervaring met aardbeiplantjes. Aardbei is een moeilijk gewas, zeker bio. In de gangbare teelt is men daardoor zo gewend aan bestrijdingsmiddelen en chemie, dat de meesten het niet aandurven om biologisch te telen. We krijgen regelmatig gangbare boeren op bezoek die hun ogen niet kunnen geloven over hoe wij hier werken. Maar het is niet makkelijk. We zetten meerdere natuurlijke bestrijders in gedurende de teelt. Het is een kwestie van continu monitoren en bijsturen waar nodig, op meerdere vlakken. De aardbei stelt hoge eisen en wil een hoogwaardige kwaliteit grond, en wij willen hem laten groeien zoals hij wil.” Jeroen vult hem aan: “Het is jarenlang experimenteren om een goede kwaliteit te halen en dezelfde opbrengsten te behalen als de gangbare aardbeienteelt. We onderscheiden ons vooral in smaak. Weerbaar telen, dat is wat we willen en waar we steeds meer op sturen. We kijken wat de plant nodig heeft, wat de bodem nodig heeft, waar teveel van is of juist te weinig. We sturen wekelijks bij om het de plant volledig naar de zin te maken.Daarnaast genieten wij zelf enorm van de hommels in de tunnel en van hun bedrijvigheid en hun geluid.”
Dat betekent al 10 jaar experimenteren en leren. Met in totaal 54 tunnels zijn dat zo’n 270.000 planten. In iedere tunnel staat één vierkante ‘hommeldoos’, op een statief net boven de aardbeiplantjes. De hommels kunnen overal vliegen en kunnen altijd weer terug de doos in. In de zomer staan de tunnels open en kunnen zij en andere insecten nog meer rondvliegen, ook op de bloemranden buiten. De opening van de doos staat naar de zon gericht, zodat de hommels vroeg naar buiten komen. In een doos zitten 80 werksters, een koningin en broed. De hommels leven een paar maanden en worden dan vervangen door de jonge hommels uit het broed. De koningin blijft langer leven. Er zijn twee verschillende aardbeiteelten: junidragers en doordragers. De eerste staan vijf weken in bloei en worden gedurende vijf weken geoogst. De doordragers geven gedurende het oogstseizoen continue aardbeien, tot aan november toe.
Naast de overkapte aardbeienteelt worden honingbijen ingezet bij de buitenteelt van courgettes. Een courgette heeft een vrouwelijke bloem waar de courgette uit groeit en een mannelijke bloem met stuifmeel. De bij is pure noodzaak voor bestuiving. De bloemen van een courgetteplant openen bij het eerste zonlicht en sluiten weer in de middag, waardoorde bij maar een paar uur de tijd heeft om de planten te bestuiven. Een bij is sneller dan een hommel, bestuift in een paar uur tijd veel planten, maar start later en vliegt ook korter dan een hommel. Johan: “De bij vliegt graag op de courgette, maar heeft ookandere voedingsmiddelen nodig. Die vindt zij in de bloemenranden die bij de start van de teelt worden gezaaid. Uit die bloemenranden komen ook natuurlijke bestrijders zoals zweefvliegen, sluipwespen en roofmijten. We hebben in totaal 10 hectare aan biologische
bloemenranden staan.”
“Ons grote voordeel is dat onze percelen vrijwel direct aan natuurgebied De Peel gelegen zijn, daar hebben wij enorm veel baat bij. We hebben één bijenkast per hectare staan,volgens onze imker is dat te weinig, omdat twee per hectare de standaard is. We hebben echter zoveel profijt van de bijen en insecten vanuit het natuurgebied, dat we niet meer bijen nodig hebben. Bepaalde delen van dit natuurgebied worden verschraald door het te maaien, het maaisel wordt hier gebracht en wij maken daar grascompost van voor de aardbeien. De plant groeit meer constant op grascompost en is weerbaarder tegen luis.”
Johan: “Ook toen we nog gangbaar waren hadden we oog voor de bij als noodzakelijke bestuiver. Ons doel is dan ook de populatie in stand te houden. Onze gedachtegang is altijd geweest om goed voor de bij te zorgen en daar zijn we altijd veel mee bezig geweest. Het is natuurlijk wat gek: hommels komen ‘uit de fabriek’, je bestelt ze en drie dagen later staan ze hier op een pallet voor de deur. De bijen daarentegen worden verzorgd door drie imkers uit de buurt, de volken overwinteren hier in hun kasten. We zijn er ons altijd van bewust dat de aanwezigheid van insecten niet vanzelfsprekend is. Als er geen bestuiving meer was, dan was het zo afgelopen, zowel in onze teelt, als in de wereld.“