Meest gezochte producten
Weleda
Yoghurt
Brood
Kaas
Melk
tomaten
olijfolie
kefir
thee
Rijst
Sluiten

Instandhouding, vermeerdering en veredeling van zaadvaste

De Beersche Hoeve richt zich op drie hoofdtaken: de instandhouding, vermeerdering en veredeling van zaadvaste rassen. Samen zorgen deze activiteiten ervoor dat zaadvaste rassen behouden blijven, beschikbaar zijn voor boeren en tuinders, en zich verder kunnen ontwikkelen voor de biologische en biodynamische teeltomstandigheden.

Instandhouding van zaadvaste rassen

Er bestaat al een grote diversiteit aan zaadvaste rassen. Op De Beersche Hoeve zetten we ons in om deze rijkdom levend en beschikbaar te houden. Dat doen we door rassen telkens opnieuw uit te zaaien, zorgvuldig te selecteren en zaad te winnen van de meest geschikte planten. Bij instandhouding draait het om behoud én continuïteit. 

Door te selecteren op plantgezondheid en raszuiverheid blijft het rasbeeld stabiel door de tijd heen, terwijl het zich tegelijk kan aanpassen aan veranderende teeltomstandigheden. Zo zorgen we ervoor dat bestaande rassen niet verdwijnen, maar zich op een natuurlijke manier blijven ontwikkelen en meebewegen met wisselende omstandigheden.

Vermeerdering van zaadgoed

Daarnaast worden op De Beersche Hoeve veel zaadvaste gewassen vermeerderd voor zaadleveranciers die uitsluitend met zaadvaste rassen werken. De meeste zaden telen we voor Bingenheimer Saatgut AG en Sativa, maar ook vermeerderen we kleine partijen voor Reinsaat GmbH en Culinaris. 

Voor de vermeerdering ontvangen we basiszaadgoed van een zaadbedrijf. Dit zaaien we uit, laten de gewassen tot bloei komen en oogsten vervolgens de zaden. Na een eerste groffe schoning sturen we het zaad door naar het zaadhuis, waar deze verder worden geschoond, getest op kwaliteit en verpakt. Zo zijn de zaden uiteindelijk beschikbaar voor boeren en tuinders. 

Het telen van zaden verschilt sterk van het telen van groente. Waar veel groenten binnen 60 tot 100 dagen de akker verlaten, staan sommige zaadgewassen soms wel een jaar op het veld voordat ze volwaardige zaden vormen. Ook kan het seizoen van teelt anders liggen dan bij de consumptieteelt. Zaden telen is dus een zorgvuldig proces dat specifieke kennis en ervaring vraagt. 

Omdat we uitsluitend met zaadvaste rassen werken, kunnen de gewassen op onze akkers volledig tot bloei komen. Ze worden vrij bestoven door insecten en behouden zo hun natuurlijke genetische diversiteit. Tegelijkertijd selecteren we zorgvuldig de meest geschikte planten, zodat de gewassen voldoende samenhang behouden om praktisch bruikbaar te zijn voor tuinders. Op die manier zorgen we voor gezonde, veerkrachtige populaties die zich kunnen aanpassen aan wisselende omstandigheden.

Op De Beersche Hoeve worden onder andere de volgende gewassen vermeerderd: bonen, kolen, pompoen, tomaat, komkommer, paprika, bladgewassen, knolselderij, winterpostelein, en diverse andere groenten, kruiden en bloemen.

Veredeling van zaadvaste rassen

Met plantveredeling werken we aan het verder ontwikkelen van zaadvaste gewassen. Zo vergroten we de diversiteit aan rassen die beschikbaar zijn voor de professionele markt.

Grote zaadbedrijven koppelen hun veredelingsprojecten aan de verkoop van zaden. Doordat plantenveredeling een lang en duur proces is, wordt er vooral geïnvesteerd in gewassen voor grootschalige, industriële landbouw. Dit leidt tot verschraling van het agrarisch landschap en het verdwijnen van een groot deel van de biodiversiteit aan gewassen en rassen. Bovendien worden planteigenschappen steeds vaker vastgelegd via patenten en zijn ouderlijnen van hybride rassen niet vrij beschikbaar.

Op De Beersche Hoeve werken we anders. Dankzij onze samenwerking met Kultursaat e.V. is de financiering van veredelingsprojecten losgekoppeld van de zaadverkoop. Hierdoor kunnen onze rassen vrij op de markt komen, zodat iedere boer, tuinder of veredelaar er weer op kan voortbouwen. Zo vergroten we de biodiversiteit binnen onze landbouwgewassen.

Een veredelingsproject begint meestal met een vergelijking van beschikbare rassen en lijnen, om te onderzoeken welke eigenschappen al aanwezig zijn en welke gewenst zijn. Daarna kruisen we de lijnen met gewenste eigenschappen, waardoor er veel genetische diversiteit ontstaat. In de volgende generaties selecteren we de planten met de beste eigenschappen, zoals aanpassingsvermogen aan biologische teeltomstandigheden, weerbaarheid tegen ziekten en plagen, smaak, voedingswaarde, opbrengst en teeltgemak. Het kan wel tien generaties duren voordat een lijn stabiel is en klaar voor de markt.

Momenteel richten we onze veredelingsprojecten op: pompoen, spinazie, rucola, andijvie, boerenkool, Chinese kool, rode biet, broccoli en venkel.

De meestgestelde vragen over veredeling op een rij

Wat is veredeling?

Veredeling is het proces waarbij wilde plantensoorten worden aangepast en verbeterd tot cultuurgewassen. Dit gebeurt met als doel gewassen te maken die enerzijds smaakvol en voedzaam zijn en anderzijds economisch rendabel in het landbouwsysteem.

Hoe werkt veredeling?

Veredeling is een gecontroleerde en versnelde vorm van evolutie. Door planten met specifieke eigenschappen te kruisen en de beste nakomelingen te selecteren, worden nieuwe plantenrassen ontwikkeld die beter aangepast zijn aan hun omgeving.

Wat is een plantenras?

Een plantenras is een groep planten met gelijke eigenschappen. Veredelaars kruisen planten met gewenste eigenschappen, zaaien de nakomelingen en selecteren de beste planten. Dit proces kan tot 10 jaar duren.

Waarom is biologische veredeling belangrijk?

Biologische veredeling volgt strikte ecologische en ethische richtlijnen. Zo moet het plaatsvinden onder biologische teelt en respecteren veredelaars de eigenheid van de plant. Kruisen en selecteren zijn toegestaan, maar genetische modificatie en laboratoriumtechnieken op celniveau niet. Wel mogen DNA-markers gebruikt worden voor diagnostisch onderzoek. Biologische landbouw vermijdt kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, waardoor gewassen robuust moeten zijn, goed moeten samenwerken met het bodemleven en zelf voedingsstoffen uit de grond halen. Dit vraagt om rassen die zonder chemische hulpmiddelen kunnen groeien. Daarnaast worden in gangbare veredeling steeds meer laboratoriumtechnieken gebruikt, zoals het opkweken van plantjes uit stuifmeel. Dit past niet binnen de ethische principes van de biologische landbouw. Daarom is biologische veredeling, uitgevoerd in het veld, essentieel.

Welke ras-eigenschappen zijn nodig voor biologische en biodynamische landbouw?
Ecologische voorwaarden van het ras:Passende raseigenschappen:
  • Aangepast aan minder en langzaam vrijkomende organische meststoffen.
  1. Nutriëntenefficiëntie; meer uit minder halen, of met minder meer kunnen.
  2. Vroege groeikracht.
  3. Diepere beworteling.
  • Goede onkruidonderdrukking.
  1. Snelle bodembedekking met het blad.
  2. Vroege groeikracht.
  3. Langer stro of breder blad (zoals bij graan) voor meer bodembedekking of bodembeschaduwing.
  • Robuust (sterke weerstand) met minder gevoeligheid voor ziekten en plagen.
  • Ziekteresistenties of veldtoleranties.
  • Benutten van genetische variatie in het veld; bijvoorbeeld door het inzetten van rassen met meer diversiteit of rassen die geschikt zijn voor mengteelt.
  • Benutten van planteigenschappen, zoals dikkere waslaag van het blad tegen insecten of vroege oogstbaarheid om een ziekte of plaag te vermijden.

Ethische voorwaarden van het ras:

Passende veredelingstechnieken en werkvormen:
  • Veredelingstechnieken die de integriteit van de plant respecteren.
  • Kruisen en selecteren waarbij gewerkt wordt met de hele plant of gewas.
  • Planten moeten zichzelf kunnen reproduceren, dus geen rassen ontwikkelen die mannelijk steriel zijn.
  • DNA-merkers worden alleen indien noodzakelijk als diagnostische hulpmiddel bij het selecteren van nakomelingen die specifieke eigenschappen hebben, zoals ziekteresistentie.
  • Geen genetische modificatie.
  • Vrije toegang tot rassen.
  • Patenten zijn niet toegestaan.
  • Kwekersrecht geeft voldoende bescherming en laat toe dat collega veredelaars ongevraagd elkaars rassen kunnen gebruiken voor verdere veredeling
Hoe is biologische en biodynamische veredeling ontstaan?

Tot de jaren 1990 gebruikte de biologische landbouw vooral gangbare rassen, afkomstig uit reguliere veredelingsprogramma’s. Met de opkomst van genetische modificatie besefte de sector de noodzaak van eigen veredelingsregels. IFOAM verbood genetische manipulatie in 1994, gevolgd door een wettelijk verbod in de EU (1999) en later in andere landen. Sinds 2017 zijn ook nieuwe genetische modificatietechnieken uitgesloten. Biodynamische veredeling ontstond al in de jaren 1980, als reactie op bedrijfsovernames, beperking van boerenrecht op zaadvermeerdering en de opkomst van F1-hybriden en moleculaire technieken. Vooral in Duitsland en Zwitserland werden de eerste initiatieven genomen om rassen te ontwikkelen die beter bij de biodynamische landbouw passen.

Waarom verzet de biologische sector zich tegen genetische manipulatie?
  • Milieu- en gezondheidsrisico’s: Onverwachte neveneffecten kunnen schadelijk zijn.
  • Sociaal-economische gevolgen: Grote bedrijven krijgen monopolie op zaden.
  • Ethische waarden: Planten worden gezien als levende wezens en niet als genetische bouwpakketten.
Wat zijn de milieu- en gezondheidsrisico’s van genetische manipulatie?

Genetische modificatie is experimenteel en onvoorspelbaar. Het inbrengen of aanpassen van genen kan onverwachte neveneffecten veroorzaken, met risico’s voor milieu en volksgezondheid. Daarom hanteert de biologische sector het voorzorgsprincipe, ook voor nieuwe technieken zoals Crispr-CAS9, die eveneens onvoorziene effecten kunnen hebben.

Wat zijn de sociaal-economische aspecten van genetische manipulatie?

Genetische manipulatie leidt tot monopolisering van zaden door een klein aantal bedrijven wereldwijd. In tegenstelling tot de auto-industrie, waar patenten gangbaar zijn, gaat het hier om levende organismen en ons voedsel. Dit drijft de kosten voor boeren op en maakt hen afhankelijk van deze bedrijven, wat de keuzevrijheid en diversiteit in de landbouw bedreigt.

Wat zijn ethische en culturele redenen om genetische manipulatie af te wijzen?

Biologische boeren en veredelaars beschouwen planten als levende wezens die als geheel en met respect behandeld moeten worden. Genetische manipulatie, waarbij op DNA- en celniveau wordt ingegrepen, past niet bij deze holistische visie en wordt daarom afgewezen.

Hoe werkt het traditionele verdienmodel van veredeling?

Reguliere veredeling wordt gefinancierd door royalties op zaadverkoop. Economisch is het voordeliger om een beperkt aantal rassen met een groot afzetgebied te ontwikkelen. Tekortkomingen van deze rassen worden in de reguliere landbouw gecompenseerd met kunstmest en bestrijdingsmiddelen, waar veel geld in omgaat. Grote multinationals verdienen vaak zowel aan zaden als aan deze landbouwhulpmiddelen.

Hoe werken eigendomsrechten op planten en rassen?

Veredelaars beschermen hun werk met kwekersrecht of patentrecht.

  • Kwekersrecht geeft een veredelaar 25-30 jaar exclusief recht op zaadvermeerdering. Daarna is het ras vrij beschikbaar. Dankzij de ‘kwekersvrijstelling’ mogen andere veredelaars rassen gebruiken voor verdere kruisingen, wat innovatie stimuleert. Biologische veredeling kan kwekersrecht aanvragen, maar biodynamische veredeling is hier kritischer over.
  • Patentrecht wordt steeds vaker verleend op gewone planteigenschappen. Dit beperkt innovatie, omdat andere veredelaars toestemming en vaak hoge betalingen nodig hebben om bepaalde eigenschappen te gebruiken. Kleine veredelaars kunnen dit meestal niet betalen.

De biologische en biodynamische landbouw verzetten zich tegen patenten op planten en rassen, omdat deze innovatie belemmeren en de onafhankelijkheid van veredelaars en boeren beperken.

Waarom wordt veredeling steeds duurder en wat zijn de gevolgen?

Veredelaars beschermen hun werk met kwekersrecht of patentrecht.

  • Kwekersrecht geeft een veredelaar 25-30 jaar exclusief recht op zaadvermeerdering. Daarna is het ras vrij beschikbaar. Dankzij de ‘kwekersvrijstelling’ mogen andere veredelaars rassen gebruiken voor verdere kruisingen, wat innovatie stimuleert. Biologische veredeling kan kwekersrecht aanvragen, maar biodynamische veredeling is hier kritischer over.
  • Patentrecht wordt steeds vaker verleend op gewone planteigenschappen. Dit beperkt innovatie, omdat andere veredelaars toestemming en vaak hoge betalingen nodig hebben om bepaalde eigenschappen te gebruiken. Kleine veredelaars kunnen dit meestal niet betalen.

De biologische en biodynamische landbouw verzetten zich tegen patenten op planten en rassen, omdat deze innovatie belemmeren en de onafhankelijkheid van veredelaars en boeren beperken.

Wat zijn de gevolgen als veredelaars niet meer van elkaars innovaties kunnen profiteren?

Als veredelaars niet meer gebruik kunnen maken van elkaars innovaties en afhankelijk worden van hun eigen ‘genenpool’, wordt de vooruitgang in de veredeling bedreigd. Dit kan de voedselzekerheid in de toekomst in gevaar brengen. Daarom pleiten voorstanders ervoor dat plantenrassen en zaden als cultureel erfgoed worden beschouwd, waarbij boeren recht zouden moeten hebben op vrije toegang tot deze rassen (boerenrecht).

Hoe blijft biologische en biodynamische veredeling financieel duurzaam?

Een open-source methode voor veredeling biedt een alternatief financieringsmodel, waarbij ketenpartners samen bijdragen aan veredeling, bijvoorbeeld via een kleine toeslag op producten. Dit zorgt ervoor dat zaadgoed vrij toegankelijk blijft voor boeren en veredelaars. Omdat de markt voor biologisch zaad kleiner is, zijn nieuwe financieringsmodellen essentieel. Samenwerkingen binnen de voedselketen en open-source initiatieven, zoals het model waar Odin aan meebouwt, kunnen hierin een duurzame oplossing bieden.

Waarom zijn nieuwe sociaal-economische modellen nodig voor biologische en biodynamische veredeling?

Biologische telers vrezen dat de eis van 100% biologisch zaad zal leiden tot een kleiner aanbod van rassen, terwijl er juist een grotere diversiteit aan rassen nodig is voor de diverse bedrijfsvoering. Om de veredeling van biologische rassen betaalbaar te houden voor deze relatief kleine markt, moeten nieuwe sociaal-economische financieringsmodellen worden ontwikkeld. Een reden hiervoor is dat samenwerking met partners in de keten essentieel is om te zorgen dat de rassen voldoen aan de wensen van handel en retail. Daarnaast is een goede samenwerking in de voedselketen cruciaal voor het ontwikkelen van nieuwe financieringsmodellen voor biologische veredeling.

Bestaan er keurmerken voor biologische en biodynamische veredeling?

Ja, er worden keurmerken ontwikkeld om consumenten inzicht te geven in welke producten afkomstig zijn uit biologische of biodynamische veredelingsprogramma’s. Een voorbeeld hiervan is het Bioverita-keurmerk in Zwitserland, maar ook het winkellogo voor zaadvaste gewassen, dat samen met partners ontwikkeld is door Odin.

EU Logo

Vriend van de Odin-boerderij

Door iedere maand € 2 te schenken ondersteun je de Odin boerderij voor langere tijd.

Ja, ik word vriend

Winkelmand

Je winkelmand is leeg.

Bestellen