Op boerderij de Vijfsprong in Vorden heeft Odin-imker Bas Strijker tijdens de meimaand bijmaand de Muurdeukwesp (Symmorphus murarius) gespot bij een insectenhotel. Hulde voor de boeren en de vrijwilligers die dit met goed natuurlijk beheer mogelijk maken! Naast deze zeldzame wesp werden ook de Ranonkelbij, Rosse metselbij, Muurrouwzwever en goudwesp gezien. Bas vertelt waarom het zo bijzonder is om een grote diversiteit aan insectensoorten te zien op een plek.
Waarom zit deze zeer zeldzame wesp, die in 1 jaar slechts 111 keer is gespot in Nederland, op een boerderij?
Bas Strijker vertelt: "Als we zeldzame soorten willen behouden, dan is het doorslaggevend dat we snappen waarom deze soort succesvol aanwezig is. Om deze vraag te beantwoorden kijken we eerst naar de voeding die de Muurdeukwesp nodig heeft. Larven krijgen vrijwel uitsluitend bladkeverlarven, vooral de soorten die leven op wilg, populier of andere loofbomen. In het insectenhotel in een gang van circa 8 mm, heeft de Muurdeukwesp een aantal larven in de holle boorgang aangebracht. Dit is nodig voor de eiwitten om het lichaam op te kunnen bouwen. Wespen zijn vleeseters / insecteneters en bijen vegetariërs die de eiwitten via stuifmeel binnen krijgen. De prooidieren - bladkevers - leven op de bladeren en hebben voor de overwintering een strooisellaag, losse schors, dood hout, holle stengels, mos of bladafval nodig. Bladkevers leven op de wilgen-, populieren- en bladeren en zetten de eitjes onder de bladeren af. De Vijfsprong heeft precies deze biotoop. Vorden is een mooie gevarieerde omgeving met veel kleinschalige landbouw en bossen, bladkevers kunnen hier goed gedijen, dus is er genoeg voeding voor de Muurdeukwesp larven."
"Volwassen Muurdeukwespen eten nectar, suikerafscheiding op plantstengels en honingdauw van bladluizen voor energie. Er moeten dus voldoende bloemen in de buurt zijn, vooral schermbloemen (bijv. wilde peen, fluitenkruid), composieten (margriet-achtigen) en bramen en andere nectarrijke struiken. De nestplek is al kort besproken, klopkever- of boktorgangen in dood hout of gangen in een insectenhotel. De diameter van de gangen ligt tussen de 5 en 10 mm en 5 tot 15 cm diep. Een insectenhotel of het dode hout moet vol in de zon staan. De Muurdeukwesp sleept eerst verschillende bladkeverlarven naar binnen, legt er een eitje op en sluit het compartimentje af met een wandje van modder of leem. Vervolgens vult ze het volgende compartiment totdat de gang volledig vol is. Meestal worden er eerst bevruchte eitjes gelegd, dit worden vrouwtjes, en daarna onbevruchte eitjes, dit worden mannetjes. De mannetjes komen na het overwinteren een aantal dagen eerder uit dan vrouwtjes en gaan bij bloemrijke plekken en kevergangen op zoek naar vrouwtjes. Hier begint de cyclus overnieuw."
"Maar, ik heb ook een goudwesp gezien en een muurrouwzwever. Dit is koekoekswesp en een koekoeksvlieg. Ze leggen hun eitje in een nest van een ander. De muurrouwzwever is spectaculair. Ze verzamelt zand en schiet een eitje met zand van afstand in een nestgang. Het zand is om het eitje te verzwaren waardoor ze beter kan mikken en verder kan schieten.
Het leuke is dat je zo ziet dat er een hele keten van voorwaarden nodig zijn. Voorwaarden die in een opgeruimde tuin niet te vinden zijn. Daarom de oproep: laat rommelhoekjes ontstaan, plaats een insectenhotel in de zon en zaai en plant inheemse biologische bloemen. Zo krijg je steeds meer leven in jouw tuin."