Wie in de biowinkel een tomaat, komkommer of zakje spinazie koopt, doet dat met een gerust hart. Geen kunstmest, geen bestrijdingsmiddelen en geen genetische manipulatie. Tenminste dat denken we.
Door: Jennifer Delgado, student Fontys Hogeschool voor Journalistiek
Achter de schermen, in Brussel, speelt zich een stille strijd af en word er aan regels gewerkt die die zekerheid kunnen wegnemen. De Europese Commissie wil namelijk de regels versoepelen voor wat ze nieuwe gentechnieken noemen, afgekort NGT’s. Dat zijn moderne manieren om het DNA van planten aan te passen, bijvoorbeeld met CRISPR-Cas, een soort ‘moleculaire schaar’ die genen kan knippen en plakken. Volgens de Commissie zijn deze technieken zo precies dat ze nauwelijks verschillen van natuurlijke mutaties. En dus, zo luidt de redenering, hoeven producten die ermee zijn gemaakt niet langer als gentech te worden gezien.
Maar daarbij maakt Brussel een belangrijk onderscheid dat veel mensen niet kennen: NGT-1 en NGT-2. NGT-1 zijn planten die volgens de EU 'net zo hadden kunnen ontstaan in de natuur' of via klassieke veredeling. Deze zouden geen gentechlabel meer krijgen. NGT-2 zijn planten waarbij de aanpassing verder gaat dan wat in de natuur mogelijk is. Deze blijven wel onder de strengere gentechregels vallen. Juist NGT-1, het grootste deel van de toekomstige NGT-gewassen, vormen de grootste zorg voor de biologische sector. Deze gewassen zouden namelijk zonder label en zonder aparte controle op de markt kunnen komen.

Foto: De Bolster
Voor grote zaadbedrijven betekent dat een doorbraak. Voor de biologische sector is het een dreun. “Als dit doorgaat, wordt het voor ons bijna onmogelijk om vrij te blijven van gentech,” zegt Frans Carree van het biologische veredelingsbedrijf De Bolster. De Bolster werkt, net als veel andere veredelingsbedrijven, al decennia met klassieke veredeling: kruisen, selecteren, observeren. Ze doen dit zonder DNA te manipuleren. “Wij kunnen straks niet meer garanderen dat onze zaden en gewassen echt gentechvrij zijn.”
Tot nu toe was het helder: biologische landbouw mocht geen gebruik maken van genetische manipulatie. Alles wat met gentech te maken had, werd apart gecontroleerd en gelabeld. Maar als de nieuwe Europese regels doorgaan, hoeven planten die met behulp van NGT-1 zijn gemaakt niet meer als gentech te worden aangemerkt. NGT-2 blijft wel gecontroleerd, maar NGT-1 zou volledig opgaan in de reguliere landbouw.
Voor consumenten betekent dat iets ingrijpends: je kunt straks niet meer zien of je eten gentechvrij is of niet. Voor biologische boeren wordt het praktisch onmogelijk om die garantie nog te geven. “Het wordt onoverzichtelijk,” zegt Carree. “Landbouw is een open systeem. Stuifmeel vliegt, zaden verspreiden zich. Er zal onvermijdelijk vermenging plaatsvinden. En dan kunnen wij onze biologische teelt niet meer schoonhouden.”
Ook onderzoek van Wageningen University en het Louis Bolk Instituut bevestigt dat risico. Zelfs met bufferzones en strenge scheiding in de keten is volledige scheiding tussen gentech en biologisch niet haalbaar. In een open landschap kan een NGT-plant zich eenvoudig vermengen met een biologische variant, via bestuiving of transport. Tot nu toe gold: als er gentech in biologische producten terechtkwam, was dat een overtreding.
Maar straks, zegt Carree, is dat niet meer te controleren. “Als er straks geen verplichting meer is om aan te geven of iets met gentech gemaakt is, wordt het voor biologische telers bijna onmogelijk om dat nog zelf te achterhalen."
Vincent Triest van het Ministerie van Landbouw zegt dat er geen reden tot zorg is. Ze stellen dat NGT’s “veilig” zijn en dat het kabinet “waar mogelijk maatregelen neemt om biologische teelt te beschermen”. Ook zou uitgangsmateriaal, zoals zaden, herkenbaar geëtiketteerd blijven.
Maar dat geldt dus vooral voor NGT-2. NGT-1 zou in het schap geen label meer krijgen en precies daar wringt het voor de biologische sector.
“Je kunt etiketten plakken op zakjes zaad, maar niet op stuifmeel,” zegt Edith Lammerts van Bueren, oud-hoogleraar biologische plantenveredeling aan Wageningen University. “Als het buiten waait, is er geen grens meer tussen gentech en bio.”
Bij Rijk Zwaan, een van de grootste groente- en fruitveredelingsbedrijven ter wereld met zowel een conventioneel als bio-assortiment, klinkt een ander geluid. Het bedrijf zegt de zorgen van de biologische sector te begrijpen, maar ziet ook kansen. “Wij bewegen mee met de wet,” zegt Arend Streng, octrooispecialist bij Rijk Zwaan. “Het is niet aan ons om te bepalen of de regels te soepel zijn. Als de wet verandert, passen wij ons aan.”

Foto: Rijk Zwaan
De nieuwe veredelingstechnieken zijn een manier om sneller nieuwe rassen te ontwikkelen, maar volgens Rijk Zwaan is dat niet de enige weg. Door andere technologische ontwikkelingen, zoals DNA-merkertechnologie en digitaal fenotyperen, kan ook de traditionele kruising en selectie veel gerichter worden ingezet. Hierdoor wordt het hele veredelingsproces versneld. Iets waar ook de biologische sector van kan profiteren. “De techniek op zich is niet goed of slecht,” zegt Streng. “Het gaat erom hoe je haar gebruikt. Als we met NGT’s een robuuster gewas kunnen ontwikkelen dat minder bestrijdingsmiddelen nodig heeft, is dat toch ook duurzaamheid?”
Toch benadrukt het bedrijf dat transparantie belangrijk blijft. “Boeren en consumenten moeten kunnen kiezen. Maar we moeten ook openstaan voor innovatie, anders lopen we als Europa achter in vergelijking met andere landen in de wereld.”
De biologische sector is in Europa groot geworden met één duidelijke belofte: puur, natuurlijk en gentechvrij. Die belofte dreigt te vervagen nu gentech opgaat in de rest van de landbouw. Bioboeren zouden straks veel meer moeten investeren in controles en isolatie, zonder dat ze weten of het nog zin heeft. “Het is niet de vervuiler die betaalt, maar degene die vrij wil blijven,” zegt Carree.
Nederland heeft als doel om in 2030 vijftien procent van de landbouw biologisch te laten zijn, volgens de Rijksoverheid. Maar als gentech straks overal toegestaan is, word dat erg moeilijk. Lammerts van Bueren vat het kort samen: “Zodra je biologisch niet meer kunt onderscheiden van gentech, verdwijnt de betekenis van het woord biologisch zelf.”
Voorlopig merk je in de winkel nog niets. Maar als deze wetgeving doorgaat, kunnen producten met gentech straks ongemerkt in de schappen liggen, ook de "biologische" komkommer en spinazie. De grens verschuift langzaam en met die grens ook de zekerheid van wat we eten.
“Mensen kiezen biologisch omdat ze willen weten waar hun eten vandaan komt,” zegt Carree. “Als we dat niet meer kunnen garanderen, verdwijnt de hele basis van biologisch.” De vraag is dus niet alleen wat we eten, maar ook wie we willen zijn als eters. Willen we dat 'biologisch' echt biologisch blijft of vinden we het genoeg als het “ongeveer natuurlijk” is?
Als de nieuwe Europese gentechwet doorgaat, verdwijnt de harde grens tussen biologisch en genetisch bewerkt. Er komt geen label meer, geen test, geen garantie. En zonder die zekerheid verliest de biologische sector haar fundament. Wat overblijft, is een keuze die eigenlijk geen keuze is, want we weten niet meer wat op ons bord ligt. “Zonder gentechvrije garantie,” zegt Carree, “valt er een fundament weg onder de biologische wetgeving.”