Statuten Coöperatie Odin U.A.

23 december 2015


Voor dit document geldt onze disclaimer. De notarieel vastgestelde statuten kunnen schriftelijk opgevraagd worden. Neem voor meer informatie contact met ons op.


Artikel 1 – Naam en zetel

1. De coöperatie draagt de naam: Coöperatie Odin U.A.

2. De coöperatie is gevestigd te Geldermalsen.


Artikel 2 – Begripsomschrijving

In deze statuten worden verstaan onder:

Bedrijven: bedrijven in productie, distributie of verwerking van biologisch-(dynamische) producten uitgeoefend in de vorm van een naamloze of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan alle of enkele geplaatste aandelen middellijk of onmiddellijk worden gehouden door de coöperatie, dan wel in de vorm van een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, waarvan de coöperatie mede-vennote, dan wel commanditaire vennote zal zijn;

Begunstigden: natuurlijke personen of rechtspersonen zoals omschreven in artikel 5 lid 6 van de statuten van de coöperatie;

Boekjaar: het boekjaar als omschreven in artikel 31 van de statuten van de coöperatie;

Coöperatie: Coöperatie Odin U.A.;

Coöperatieraad: het orgaan van de coöperatie zoals omschreven in artikel 29 van de statuten van de coöperatie;

Jaarrekening: de balans, winst- en verliesrekening en de toelichting daarop;

Lid/leden: het lid/de leden van de coöperatie, waaronder worden verstaan leden in de categorie ondernemingsleden, kapitaalleden en participerende leden;

Ledenraad: het orgaan dat gevormd wordt door de gekozen vertegenwoordigers uit de leden, alsmede de bijeenkomst van leden;

Odin International B.V.: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Odin International B.V., statutair gevestigd te Alkmaar, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken onder dossiernummer 11027150;

Reglement(en): een reglement zoals omschreven in artikel 33 van de statuten van de coöperatie;

Schriftelijk: bij brief, fax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en opschrift kan worden ontvangen op voorwaarde dat de identiteit van de afzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld (tenzij de statuten anders bepalen).


Artikel 3 - Doel

1. Het doel van de coöperatie is:

  • het voorzien in de stoffelijke behoeften van haar leden door het behartigen van de belangen van haar leden, inzake de productie, de verwerking, de in-en/of verkoop en de distributie van biologisch-(dynamische) producten en al hetgeen daarmee verband houdt, krachtens overeenkomsten, met hen gesloten in het bedrijf dat de coöperatie te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent of doet uitoefenen;
  • het scheppen van arbeidsorganisaties;
  • het beheren en financieren van haar dochtervennootschappen en deelnemingen;
  • het verschaffen van de financiële middelen ten behoeve van de bedrijfsvoering van de bedrijven die de coöperatie (mede) uitoefent of waarvan zij (mede)aandeelhoudster is;
  • het beschikbaar stellen van financiële middelen aan haar begunstigden ter bevordering van onderzoek, opleiding en culturele activiteiten op het gebied van de productie, in- en/of verkoop, productie en distributie van biologisch-(dynamische) producten.

2. De coöperatie heeft daarnaast ten doel:

  • de kwaliteit, de continuïteit en de beschikbaarheid van biologische-(dynamische) levensmiddelen te borgen;
  • de stabiliteit en duurzaamheid van de afzet van producenten van biologische-(dynamische) productie te borgen;
  • de praktische toepassing van economische vernieuwing middels de sociale driegeleding en associaties te bevorderen.

3. De coöperatie kan ook andere maatschappelijke, immateriële en ideële belangen van leden behartigen.

4. De coöperatie kan de overeenkomsten die zij met haar leden sluit ook met derden aangaan, mits niet in zodanige mate dat de overeenkomsten met de leden van ondergeschikte betekenis zijn.

5. De coöperatie tracht haar doelstellingen, zoals hiervoor onder leden 1 tot en met 4 bedoeld, onder meer te bereiken door:

a. het uitoefenen van waarde scheppende ondernemingsactiviteiten op het gebied van de productie, in- en verkoop, detailhandel, distributie en verwerking van biologische-(dynamische) voedingsmiddelen, en al hetgeen, in de ruimste zin des woords, dat met vorenstaande in verband staat;

b. het oprichten van, het deelnemen in, of het samenwerken met ondernemingen met een soortgelijk doel of met een doel dat bevorderlijk kan zijn aan dat van de coöperatie;

c. het samenwerken met, besturen van en het adviseren en verlenen van andere diensten aan vennootschappen en andere ondernemingen;

d. het aangaan van leningen bij haar leden overeenkomstig artikel 4 van de statuten;

e. het verrichten of doen verrichten van onderzoek en/of (het initiëren of het bevorderen van) ontwikkeling;

f. het verspreiden of doen verspreiden van kennis;

g. het bijdragen aan onderzoek, opleiding, scholing en voorlichting;

h. het onder de aandacht brengen van vraagstukken omtrent productie en distributie van biologische-(dynamische) voedingsmiddelen in kringen van overheid, politiek en de particuliere en/of zakelijke markt;

i. alle andere wettige middelen, welke uit het doel voortvloeien, met het doel in verband staan of voor het doel bevorderlijk kunnen zijn.


Artikel 4 - Leningen

1. Leden kunnen na aanvang van het lidmaatschap een lening verstrekken aan de coöperatie telkens wanneer het bestuur kenbaar maakt aan haar leden dat zij geld wil aantrekken van de leden ter financiering van projecten, die in overeenstemming zijn met het in artikel 3 omschreven doel van de coöperatie. Het bestuur geeft aan in welke periode gelden worden aangenomen en tot welk maximum elk lid kan deelnemen.

2. Ieder lid wordt voor de gestorte bedragen in de boeken van de coöperatie gecrediteerd.

3. Over het saldo van de leningen wordt jaarlijks rente vergoed. De hoogte van de rente en de overige bepalingen ten aanzien van de lening geldende voorwaarden worden vastgesteld door het bestuur.

4. Bij beëindiging van het lidmaatschap heeft het betreffende lid, dan wel zijn of haar rechtverkrijgenden, recht op terug betaling van de lening en de daarop verschuldigde rente overeenkomstig de voor de lening geldende voorwaarden.


Artikel 5 – Leden en begunstigden

1. De coöperatie kent ondernemingsleden, kapitaalleden en participerende leden.

2. Ondernemingsleden zijn natuurlijke personen, die uitsluitend in loondienst zijn bij de coöperatie of bij ondernemingen waarin de coöperatie middellijk dan wel onmiddellijk deelneemt en die hun ondernemerscapaciteiten inzetten voor het doel van de coöperatie.

3. Kapitaalleden zijn uitsluitend rechtspersonen, die statutair als doelstelling hebben het beleggen, investeren of participeren in kapitaal van ondernemingen die werkzaam zijn op het gebied van sociaal-economisch verantwoord en duurzaam vernieuwend ondernemen, dan wel op het gebied van de biologische-(dynamische) landbouw en voeding.

4. Leden in de categorie participerende leden zijn natuurlijke personen of rechtspersonen, die klant/afnemer/leverancier of medewerker zijn bij de coöperatie of (een) van de bedrijven en/of die anderszins sympathiseren met de doelstellingen van de coöperatie.

5. Begunstigden kunnen slechts zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die door middel van onderzoek, opleiding, scholing, culturele en kunstzinnige activiteiten bijdragen aan de doelstelling van de coöperatie. Deze (rechts)personen worden daartoe voorgedragen door het bestuur. Over de toelating tot begunstigde wordt besloten door de ledenraad.


Artikel 6 – Lidmaatschap

1. Het lidmaatschap als lid in de categorie participerende leden wordt schriftelijk aangevraagd bij het bestuur onder verstrekking van alle door het bestuur verlangde gegevens. De aanvraag geschiedt onder vermelding van alle door het bestuur nodig beoordeelde gegevens, alsmede van het aantal aandelen dat wordt gewenst.

2. Toelating als ondernemingslid of als kapitaallid geschiedt door het bestuur op voordracht van het bestuur.

3. Het bestuur beslist binnen één maand na ontvangst van het verzoek over de toelating en deelt de beslissing of de aanvrager als lid is toegelaten of geweigerd aan de aanvrager schriftelijk mee. Aan de eis van schriftelijkheid van de mededeling wordt voldaan indien de mededeling elektronisch is verzonden. Bij toelating wordt hij bijgeschreven op de lijst, bedoeld in lid 5 van dit artikel. Bij de toelating als lid wordt tevens in de beslissing de categorie waarin het lid is toegelaten en de mate van financiële betrokkenheid vermeld, alsmede de datum waarop het lidmaatschap aanvangt.

4. Het lidmaatschap neemt een aanvang op een door het bestuur te bepalen datum.

5. Het bestuur houdt een ledenlijst bij, waarop de namen van de leden zijn vermeld. De ledenlijst ligt voor de leden ter inzage.

Wanneer het lid is toegelaten wordt hem tevens meegedeeld onder welk nummer hij als lid op de ledenlijst is opgenomen. Niettemin behoeft ten bewijze van de verkrijging van het lidmaatschap van de in dit artikel vermelde geschriften niet te blijken.

De geschriften waarbij het lidmaatschap wordt aangevraagd, worden gedurende ten minste tien jaren door het bestuur bewaard. Deze geschriften behoeven niet te worden bewaard voor zover het betreft diegenen van wie het lidmaatschap kan blijken uit een door hen ondertekende, gedagtekende verklaring in de administratie van de coöperatie.

6. Het bestuur kan naast de ledenlijst meer gegevens bijhouden van haar leden in het ledenregister.

Alle kennisgevingen aan en oproepen voor leden worden gedaan aan de adressen welke deze leden schriftelijk aan het bestuur hebben opgegeven.

Indien tevens een elektronisch adres bekend wordt gemaakt met als doel opneming in het ledenregister, houdt deze bekendmaking tevens de instemming in om alle kennisgevingen en mededelingen alsmede oproepen voor een vergadering langs elektronische weg te krijgen toegezonden.

Indien een lid in gebreke blijft zijn adres op te geven of indien, in geval van adreswijziging, het nieuwe adres niet is opgegeven, is de coöperatie onherroepelijk gemachtigd namens dat lid kennisgevingen en oproepen in ontvangst te nemen.


Artikel 7

Indien een lid ophoudt te voldoen aan de voor zijn lidmaatschap in artikel 5 gestelde vereisten, of ingeval zich wijzigingen voordoen is dat betreffende lid verplicht daarvan onverwijld kennis te geven aan het bestuur. Het bestuur beoordeelt of het betrokken lid nog voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 5 en geeft van deze beslissing schriftelijk kennis aan dat lid.


Artikel 8 – Einde lidmaatschap

1. Het lidmaatschap eindigt door:

a. overlijden – indien het lid een rechtspersoon is, eindigt zijn lidmaatschap wanneer hij ophoudt te bestaan;

b. opzegging namens de coöperatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 9;

c. opzegging door het lid overeenkomstig het bepaalde in artikel 10;

d. ontzetting overeenkomstig het bepaalde in artikel 12.

2. Door beëindiging van het lidmaatschap, op welke wijze dan ook, verliest het lid alle rechten aan het lidmaatschap verbonden.

3. In de gevallen als bedoeld onder a van lid 1 van dit artikel eindigt het lidmaatschap op de dag van overlijden respectievelijk op de dag waarop de rechtspersoon ophoudt te bestaan.

4. Zodra zulks aan het bestuur bekend is geschiedt daarvan aantekening in het ledenregister onder vermelding van de datum waarop het lid is overleden respectievelijk heeft opgehouden te bestaan.


Artikel 9 – Opzegging namens de coöperatie

1. De opzegging als bedoeld onder b van lid 1 van artikel 8 geschiedt door het bestuur, krachtens besluit van de ledenraad indien:

a. een lid één of meer vereisten aan het lidmaatschap gesteld heeft verloren;

b. een lid zijn verplichtingen tegenover de coöperatie niet nakomt;

c. een lid de belangen van de coöperatie schaadt;

d. redelijkerwijs van de coöperatie niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

2. De opzegging als bedoeld onder b van lid 1 van artikel 8 kan door het bestuur worden gedaan indien het faillissement van een lid onherroepelijk wordt of indien aan het lid surséance van betaling is verleend.

a. In de gevallen als bedoeld sub a, b en c in het eerste lid van dit artikel geschiedt de opzegging tegen het einde van het boekjaar met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste vier weken.

b. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, sub d en in het tweede lid van dit artikel kan de opzegging met onmiddellijke ingang geschieden.

c. De opzegging namens de coöperatie geschiedt rechtstreeks aan het betreffende lid per aangetekend schrijven onder vermelding van de redenen.

4. Ten aanzien van de opzegging en haar gevolgen zijn de artikelen 11 en 14 van toepassing.


Artikel 10 - Opzegging door het lid

1. De opzegging als bedoeld onder c van lid 1 van artikel 8 kan slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste vier weken.

2. Niettemin is onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap door opzegging mogelijk:

a. indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;

b. binnen een maand nadat een besluit waarbij anders dan geldelijk de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard aan een lid bekend is geworden of medegedeeld;

c. binnen een maand nadat een lid een besluit is medegedeeld tot omzetting van de coöperatie in een andere rechtsvorm of tot fusie, dan wel splitsing.

3. Een lid is niet bevoegd door opzegging van het lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, de toepasselijkheid van dat besluit te zijnen opzichte uit te sluiten.

4. De opzegging van het lidmaatschap door een lid geschiedt schriftelijk. Het lid, dat de opzegging doet, ontvangt daarvan binnen een maand een schriftelijke bevestiging van het bestuur.

5. Ten aanzien van de opzegging en haar gevolgen zijn de artikelen 11 en 14 van toepassing.


Artikel 11

1. Het bestuur houdt een lijst bij, waarop de opzeggingen worden ingeschreven. Het bestuur beslist twee weken voor het einde van het boekjaar aan welke opzeggingen gevolg zal worden gegeven. De opzeggingen, welke geen gevolg kunnen hebben, worden geacht voor het volgend boekjaar te zijn geschied.

2. Opzegging van het lidmaatschap door een kapitaallid kan slechts geschieden onder de voorwaarde dat het betreffende kapitaallid alle geplaatste aandelen overdraagt aan één of meer andere kapitaalleden, dan wel de coöperatie zich bereid verklaart de geplaatste aandelen onder door haar te stellen voorwaarden in te kopen.

3. Een lid in de categorie participerende leden kan te allen tijde zijn/haar lidmaatschap opzeggen.

4. Het lidmaatschap van een lid in de categorie participerende leden eindigt bij opzegging slechts aan het einde van het boekjaar, en wel aan het einde van het lopende boekjaar, wanneer de opzegging ten minste vier weken daarvoor heeft plaatsgevonden, en aan het einde van het volgende boekjaar, wanneer die termijn niet in acht is genomen.


Artikel 12 - Ontzetting

1. Ontzetting van een lid uit zijn lidmaatschap kan geschieden door het bestuur, indien het lid:

a. handelt in strijd met de statuten of met enig reglement of met een besluit van de coöperatie;

b. de coöperatie op onredelijke wijze benadeelt.

2. Het bestuur geeft van zijn besluit tot ontzetting bij aangetekend schrijven, vermeldende de redenen, welke tot de ontzetting hebben geleid, rechtstreeks kennis aan het betreffende lid. Het lid heeft, gedurende een maand na ontvangst van die kennisgeving, recht van beroep bij de ledenraad.

3. Indien bij ontzetting niet tijdig beroep is ingesteld, eindigt het lidmaatschap op de dag, waarop de beroepstermijn is verstreken en in andere gevallen op de dag, waarop het ingestelde beroep ongegrond is verklaard.

4. Een ontzet lid is als zodanig geschorst vanaf de dag van ontvangst van het besluit van het bestuur tot ontzetting. Gedurende de beroepstermijn en hangende dit beroep is het lid in de uitoefening van zijn lidmaatschapsrechten geschorst, ook ten aanzien van eventuele functies, welke het in de coöperatie bekleedt.


Artikel 13 - Boete

Het bestuur is bevoegd – naast de in de statuten of in enig reglement speciaal genoemde gevallen – aan een lid dat in strijd handelt met de statuten of de reglementen, met de belangen van de coöperatie of met besluiten, genomen door een orgaan van de coöperatie, een boete op te leggen waarvan het maximum bij huishoudelijk reglement wordt vastgesteld.


Artikel 14 - Vervallen van aandelen

Indien het lidmaatschap van een ondernemingslid of van een lid in de categorie participerende leden eindigt, vervallen de aandelen van het gewezen ondernemingslid of van het lid in de categorie participerende leden aan de coöperatie, zulks met in achtneming van het hierna in artikel 16 lid 2 bepaalde.


Artikel 15 – Aandelen/participaties

1. Ieder ondernemingslid is bij toetreding gehouden minimaal dertig (30) en bevoegd maximaal éénhonderd (100) aandelen/participaties A, nominaal groot eenhonderd euro (€ 100,00), in het kapitaal van de coöperatie te nemen.

2. Ieder kapitaallid is bij toetreding gehouden minimaal één (1) aandeel/participatie en bevoegd maximaal veertig (40) aandelen/participaties B, nominaal groot vijfentwintigduizend euro (€ 25.000,00), in het kapitaal van de coöperatie te nemen.

3. Ieder lid in de categorie participerende leden is bij toetreding gehouden één (1) aandeel/participatie en maximaal tien (10) aandelen/participaties C, nominaal groot eenhonderd euro (€ 100,00), in het kapitaal van de coöperatie te nemen.

4. De voorwaarden waaronder en het aantal aandelen/participaties, hierna ook te noemen: 'de aandelen', die kunnen worden genomen, worden door het bestuur bij huishoudelijk reglement vastgesteld.

5. Het bestuur is bevoegd om met in achtneming van het hiervoor in lid 1 tot en met 3 bepaalde bij toetreding een hoger minimum aantal dan het hiervoor bepaalde te nemen aantal aandelen vast te stellen.

6. Aandelen A en C zijn niet overdraagbaar noch verhandelbaar en kunnen evenmin worden bezwaard met zekerheidsrechten of genotsrechten noch voorwerp zijn van overgang onder algemene titel. Indien een ondernemingslid en/of een lid in de categorie participerende leden een aandeel vervreemdt of bezwaart of de aandelen door overgang onder algemene titel in het vermogen van een derde vallen, zal de verkrijger of de rechthebbende of degene die het zekerheidsrecht of het genotsrecht wenst uit te oefenen, geen aanspraken jegens de coöperatie te gelde kunnen maken, onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 2. Aandelen B zijn overdraagbaar aan andere kapitaalleden.

7. De aandelen luiden op naam. Het bestuur houdt het in artikel 6 lid 5 bedoelde register. Daarin worden ingeschreven de namen en adressen van de leden van de coöperatie die in verband met dat lidmaatschap aandelen houden, alsmede het aantal aandelen van het ondernemingslid en de periode gedurende welke een lid een aandeel in zijn bezit heeft gehad. Van het aantal aandelen en de periode gedurende welk een lid een aandeel in zijn bezit heeft gehad, kan uitsluitend blijken uit het register als bedoeld in dit artikel. Er worden geen aandeelbewijzen uitgegeven.

8. In het in het vorige lid gemelde register worden de eerste stortingen en eventuele terugbetalingen aangetekend.

9. Indien een lid in gebreke blijft de stortingen of de boeten, die hij verbeurd heeft, te voldoen binnen veertien dagen na ontvangst van een bij aangetekend schrijven door of namens het bestuur gedane aanmaning, handelt hij in strijd met deze statuten en kan hij derhalve uit zijn lidmaatschap worden ontzet.


Artikel 16

1. Indien een lid zijn aantal aandelen wenst uit te breiden dan wel gedeeltelijk te verminderen, richt hij een daartoe strekkend verzoek tot het bestuur op een daartoe door het bestuur beschikbaar te stellen formulier, met vermelding van het aantal aandelen dat verkregen wenst te worden respectievelijk aan de coöperatie te doen vervallen en alle andere door het bestuur wenselijk geoordeelde gegevens. Het bestuur beslist over de aanvraag, die kan worden geweigerd indien de toewijzing respectievelijk het vervallen van de aandelen naar het oordeel van het bestuur niet geacht kan worden te zijn in het belang van de coöperatie. Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

2. Behoudens indien het lidmaatschap van de coöperatie eindigt door opzegging overeenkomstig het bepaalde onder b en c van artikel 9, lid 1, of door ontzetting overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 en met in achtneming van het hierna in lid 3 bepaalde, betaalt de coöperatie aan het lid, wiens

aandelen aan de coöperatie vervallen, het nominale bedrag dat door het lid ten tijde van de verkrijging van het aandeel in de kas van de coöperatie is gestort.

3. Het bestuur stelt jaarlijks aan het einde van elk boekjaar het bedrag vast dat maximaal in aanmerking komt voor de terugbetaling op aandelen van ondernemingsleden in verband met het vervallen van aandelen van ondernemingsleden ten gevolge van beëindiging van het lidmaatschap en houdt bij de vaststelling van dit bedrag wat hiervoor in aanmerking komt rekening met mutaties in het aandelenkapitaal ten gevolge van het vervallen van aandelen aan de coöperatie in gevolge artikel 14 van de statuten en de mutaties in het aandelenkapitaal die in gevolge artikel 15 en 16 lid 1 van de onderhavige statuten gedurende dat boekjaar hebben plaatsgevonden. In geval het aan de ondernemingsleden terug te betalen bedrag het maximaal op aandelen terug te betalen bedrag overschrijdt is het bestuur bevoegd te bepalen dat de terugbetaling op aandelen van ondernemingsleden in een later boekjaar plaatsvindt.

4. Het bestuur stelt jaarlijks aan het einde van elk boekjaar het bedrag vast dat maximaal in aanmerking komt voor de terugbetaling op aandelen van participerende leden in verband met het vervallen van aandelen van participerende leden ten gevolge van beëindiging van het lidmaatschap en houdt bij de vaststelling van dit bedrag wat hiervoor in aanmerking komt rekening met mutaties in het aandelenkapitaal ten gevolge van het vervallen van aandelen van de coöperatie in gevolge; artikel 14 van de statuten en de mutaties in het aandelenkapitaal die in gevolge artikel 15 en 16 lid 1 van de onderhavige statuten gedurende dat boekjaar hebben plaatsgevonden. In geval het aan de participerende leden terug te betalen bedrag het maximaal op aandelen terug te betalen bedrag overschrijdt is het bestuur bevoegd te bepalen dat de betaling op aandelen van participerende leen in een later boekjaar plaatsvindt.


Artikel 17 - Aansprakelijkheid

Indien bij gerechtelijke of buitengerechtelijke vereffening van de boedel van de coöperatie blijkt, dat haar activa ontoereikend zijn om aan haar verbintenissen te voldoen, zijn noch zij die bij haar ontbinding leden waren noch zij wier lidmaatschap voordien is beëindigd tegenover de vereffenaars aansprakelijk voor het tekort.


Artikel 18 - Bestuur

1. Het bestuur bestaat uit tenminste drie en ten hoogste vijf leden. Een rechtspersoon kan geen lid zijn van het bestuur. Uitsluitend ondernemingsleden zijn tot bestuurder benoembaar.

2. De leden van het bestuur worden door de ledenraad benoemd op voordracht van de benoemingsadviescommissie.

3. Een lid van het bestuur kan te allen tijde door de ledenraad worden ontslagen of geschorst. Een besluit daartoe kan de ledenraad slechts nemen met een meerderheid van tenminste drie/vierden van alle stemmen.

4. Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met het lidmaatschap van de ledenraad.

5. De benoemingsadviescommissie bestaat uit een door ledenraad vast te stellen aantal natuurlijke personen.

6. Bij het benoemingsreglement worden nadere regels gesteld omtrent de samenstelling, de benoeming van commissieleden, de werkwijze en besluitvorming van de benoemingsadviescommissie.


Artikel 19

1. Indien moet worden overgegaan tot de benoeming van een ander lid van het bestuur dan de voorzitter, ter voorziening in een vacature, en de gedefungeerde bestuurder herkiesbaar is, kan het bestuur de gedefungeerde ter herbenoeming aan de ledenraad voorstellen.

2. De voorzitter van het bestuur wordt door de ledenraad uit een door het bestuur in overleg met de benoemingsadviescommissie op te stellen voordracht telkenmale voor een periode van vijf jaren in functie gekozen, en is lid van het bestuur.

3. Verwerpt de ledenraad de voordracht, dan maakt het bestuur in overleg met de benoemingsadviescommissie wederom een voordracht op. Ook deze voordracht kan de ledenraad verwerpen.

4. Indien het bestuur geen voordracht opmaakt als bedoeld in het tweede lid of indien het bestuur geen voordracht opmaakt als bedoeld in het derde lid dan wel indien de ledenraad de in het derde lid, laatste zin, bedoelde voordracht heeft verworpen is de ledenraad vrij in haar keuze.

5. Het bestuur kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter.


Artikel 20

1. De leden van het bestuur hebben zitting voor de duur van vijf jaren.

2. De leden van het bestuur treden periodiek af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een aftredend lid van het bestuur is terstond herkiesbaar, zulks onverminderd het hierna in lid 4 bepaalde.

3. Bij aftreden van een lid van het bestuur anders dan volgens het rooster van aftreden wordt uiterlijk in de tweede vergadering van de ledenraad, na het ontstaan van de vacature, in de vacature voorzien. Intussen blijft het bestuur wettig geconstitueerd. Een tussentijds gekozen lid van het bestuur treedt af op het tijdstip waarop zijn voorganger had moeten aftreden.

4. Een lid van het bestuur treedt af in de eerste ledenraadsvergadering, waarin de jaarstukken worden behandeld, na het bereiken van de zeventigjarige leeftijd door het betreffende lid van het bestuur.

5. Geen bloed- of aanverwantschap tot en met de tweede graad mag bestaan tussen leden van het bestuur. Komt tussen deze personen aanverwantschap op tijdens het vervullen van hun functie, dan zal degene door wiens huwelijk de aanverwantschap ontstaat, zijn functie blijven waarnemen tot aan de eerstvolgende vergadering van de ledenraad, in welke vergadering hij als lid van het bestuur aftreedt.

6. De honorering en de verdere vergoedingen van de leden van het bestuur worden door de coöperatieraad, op voorstel van het bestuur, vastgesteld.


Artikel 21

1. De voorzitter van de coöperatie roept de vergaderingen van het bestuur schriftelijk en/of elektronisch bijeen. De termijn van oproeping bedraagt tenminste drie dagen, de dag van de oproep en die van de vergadering niet meegerekend. De oproep vermeldt de plaats en het tijdstip waarop de vergadering wordt gehouden, zomede de punten van behandeling. Ook omtrent andere onderwerpen dan in het convocatiebiljet zijn vermeld, kunnen besluiten worden genomen mits alle leden van het bestuur ter vergadering aanwezig zijn.

2. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter het verlangt. De voorzitter is verplicht een vergadering van het bestuur bijeen te doen roepen indien tenminste een/derde van de leden van het bestuur hem dit schriftelijk, met opgave van redenen, verzoekt.

3. De voorzitter zit de vergaderingen van het bestuur voor; is de voorzitter niet ter vergadering aanwezig, dan wordt hij vervangen door de plaatsvervangende voorzitter; is deze ook niet aanwezig dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding. De voorzitter of degene die als zodanig optreedt wijst een ander als secretaris aan, die belast is met het houden van de notulen.

4. In de vergaderingen van het bestuur heeft ieder lid van het bestuur één stem.

5. Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet de meerderheid van het bestuur ter vergadering aanwezig is, tenzij alle afwezigen zijn geraadpleegd en uit die raadpleging is gebleken dat de meerderheid van de leden van het bestuur zich voor het aan de orde zijnde voorstel heeft verklaard. Indien niet de meerderheid van het bestuur aanwezig is, dan wordt minimaal zeven dagen en maximaal veertien dagen na deze vergadering een tweede vergadering van het bestuur gehouden over het voorstel/de voorstellen zoals dat/die in de vorige vergadering aan de orde is/zijn geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.


Artikel 22

1. Het bestuur is belast met het bestuur van de coöperatie.

2. Aan het bestuur komen alle bevoegdheden toe, die niet bij deze statuten aan de ledenraad of coöperatieraad zijn voorbehouden, zulks met in achtneming van het hierna onder 3 en 4 bepaalde.

3. Een verklaring van geen bezwaar van de ledenraad, waarbij tenminste vier (4) vertegenwoordigers van de ondernemersleden en tenminste twee (2) vertegenwoordigers van de kapitaalleden hebben verklaard geen bezwaar te hebben, dient te worden verkregen voor besluiten van het bestuur omtrent:

a. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de coöperatie of een afhankelijke maatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke vennoot in een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de coöperatie;

b. het nemen van een deelneming ter waarde van tenminste een/derde van het bedrag van het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans met toelichting van de coöperatie, door deze of een afhankelijke maatschappij in het kapitaal van een vennootschap, alsmede het ingrijpend vergroten of verminderen van zulks een deelneming;

c. investeringen welke een bedrag vereisen, van ten minste een/derde van het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans met toelichting van de coöperatie;

d. het aangaan of verhogen van leningen en kredieten, alsmede het vestigen van hypotheken, voor zover daarmee een bedrag gemoeid is van ten minste een/derde van het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans met toelichting van de coöperatie;

e. het verkopen, het vervreemden, verhuren of bezwaren van registergoederen ter waarde van ten minste een/derde van het bedrag van het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans met toelichting van de coöperatie;

f. een voorstel tot wijziging van de statuten;

g. een voorstel tot ontbinding van de coöperatie.

4. Een verklaring van geen bezwaar van de coöperatieraad dient te worden verkregen voor besluiten van het bestuur omtrent:

a. het nemen van een deelneming ter waarde van ten minste een/vijfde maar minder dan een/derde van het bedrag van het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans met toelichting van de coöperatie, door deze of een afhankelijke maatschappij in het kapitaal van de vennootschap, alsmede het ingrijpend vergroten of verminderen van zulk een deelneming;

b. investeringen welke een bedrag vereisen, van ten minste een/vijfde maar minder dan een/derde van het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans met toelichting van de coöperatie;

c. het aangaan of verhogen van leningen en kredieten, alsmede het vestigen van hypotheken, voor zover daarmee een bij huishoudelijk reglement vast te stellen bedrag is gemoeid maar minder dan een bedrag gelijk aan een/derde van het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans met toelichting van de coöperatie;

d. het verkopen, het vervreemden, verhuren of bezwaren van registergoederen ter waarde van ten minste een/vijfde maar minder dan een/derde van het bedrag van het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans met toelichting van de coöperatie;

e. het huren van grond, van gebouwen en van machines, voor zover met de jaarlijks te betalen huursom een bij huishoudelijk reglement vast te stellen bedrag gemoeid is en de duur van de huurovereenkomst een periode van tien (10) jaar overschrijdt;

f. de besluiten die het bestuur neemt in zijn functie als aandeelhouder van ondernemingen waarvan de coöperatie de aandelen houdt;

g. het uitoefenen van stemrecht op aandelen in het kapitaal van Odin International B.V. bij voorstellen omtrent:

    • goedkeuring van de jaarrekening;
    • benoeming van de accountant (van de coöperatie), alsmede intrekking van de hem gegeven opdracht;
    • statutenwijziging;
    • benoeming van leden van de raad van commissarissen van Odin International B.V.;
    • een meerjarenplan;
    • de jaarlijkse investeringsbegroting;
    • overschrijding van die investeringsbegroting;
    • een wijziging van die investeringsbegroting;
    • desinvesteringen;
    • het aangaan van geldleningen en/of het verstrekken van zekerheden ten laste van genoemde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid;
    • het verkrijgen van een deelneming; en
    • het beëindigen van een deelneming, evenwel met dien verstande dat het bestuur voor het uitoefenen van stemrecht op aandelen terzake van de sub b tot en met sub g vermelde besluiten slechts voorafgaande goedkeuring behoeft van de coöperatieraad, indien daarmee een geldbedrag gemoeid is, hoger dan het in een door de coöperatieraad na overleg met het bestuur vastgesteld en aan het bestuur kenbaar gemaakt reglement is opgenomen.

h. het doen van voorstellen aan de ledenraad als bedoeld in artikel 19 lid 1, artikel 33 en artikel 36 lid 2;

i. het nemen van een besluit dat een ingrijpende wijziging in het beleid, de organisatie en/of de financiering van de coöperatie tot gevolg zal hebben;

j. het aangaan van geldleningen en/of het stellen van zekerheden ten laste van de coöperatie voor een bedrag, hoger dan tweehonderdvijftigduizend euro (€ 250.000,00), tenzij zodanige geldlening wordt aangegaan respectievelijk zodanige zekerheidsstelling wordt gepleegd in de normale bedrijfsuitoefening van de coöperatie.

Het ontbreken van een verklaring van geen bezwaar als hiervoor bedoeld kan noch door, noch aan de coöperatie worden tegengeworpen.


Artikel 23 - Vertegenwoordiging

1. De coöperatie wordt vertegenwoordigd door de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter gezamenlijk, respectievelijk de voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter elk tezamen met één van de andere leden van het bestuur.

2. Het bestuur kan één of meerdere personen, al dan niet in dienst van de coöperatie, procuratie of anderszins doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid verlenen.


Artikel 24 - Directie

1. Het bestuur kan besluiten dat de leiding van de dagelijkse zaken en van de bedrijven van de coöperatie, onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur, wordt opgedragen aan een directie, die uit één of meer personen bestaat en die tegenover het bestuur verantwoordelijk is.

2. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat (een lid van) de directie van de bedrijven en stelt zijn bevoegdheden vast, alles met inachtneming van artikel 23 lid 2.

3. De bevoegdheden en verplichtingen van de directie kunnen nader worden geregeld in een door het bestuur op te stellen instructie. Deze instructie regelt, indien er meer dan een directeur is, tevens hun onderlinge verdeling van de werkzaamheden. Het bestuur kan aan de directie te allen tijde opdrachten verstrekken en kan de in dit lid genoemde instructie te allen tijde wijzigen.

4. De bezoldiging en andere arbeidsvoorwaarden van de directie worden vastgesteld door het bestuur.

5. Een lid van de directie kan niet tevens lid zijn van het bestuur.


Artikel 25 - Ledenraad

1. De ledenraad is de algemene vergadering van de coöperatie. Aan de ledenraad komen de bevoegdheden toe die bij wet, deze statuten of bij het door het bestuur vast te stellen ledenraadsreglement aan hem zijn toegekend.

2. De ledenraad bestaat uit twaalf (12) natuurlijke personen, waarvan vijf (5) vertegenwoordigers worden aangewezen door en uit de ondernemingsleden, waarvan drie (3) vertegenwoordigers worden aangewezen door en uit de kapitaalleden, waarvan vier (4) vertegenwoordigers worden aangewezen door en uit de leden in de categorie participerende leden.

3. De leden van de ledenraad worden benoemd door en uit de leden, met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in een door het bestuur op te stellen verkiezingsreglement. Onverminderd het in lid 4 van dit artikel bepaalde, worden bij het verkiezingsreglement nadere regels gesteld omtrent de samenstelling, het profiel en de benoeming van leden van de ledenraad.

4. Het bestuur organiseert de verkiezingen van de ledenraadsleden. Steeds wanneer volgens rooster of tussentijds in een vacature in de ledenraad dient te worden voorzien, informeert het bestuur alle leden daaromtrent.

5. Het lidmaatschap van de ledenraad is onverenigbaar met dat van het bestuur.

6. Het bepaalde in artikel 20, lid 1, 2, 4 en 5 is overeenkomstig van toepassing voor de leeftijdsgrens en bloed- en aanverwantschap. Voor wat betreft de zittingsduur kan een ledenraadslid maximaal driemaal aaneensluitend worden herbenoemd en maximaal vijftien jaar zitting hebben in de ledenraad.


Artikel 26 - Vergadering van de ledenraad

1. De vergaderingen van de ledenraad worden door het bestuur uitgeschreven.

2. In elk boekjaar wordt uiterlijk in de zesde maand na het einde van een boekjaar – behoudens verlenging van deze termijn door de ledenraad – tenminste één vergadering gehouden. In deze vergadering word(t)(en):

a. door het bestuur rekening en verantwoording afgelegd als bedoeld in artikel 29;

b. door de coöperatieraad verslag uitgebracht van zijn bevindingen bij het onderzoek van de jaarrekening;

c. in de vacatures in het bestuur en de coöperatieraad voorzien;

d. verdere agendapunten behandeld.

3. Verder worden vergaderingen van de ledenraad belegd zo dikwijls het bestuur of de coöperatieraad dit nodig oordeelt.

4. De vergaderingen van de ledenraad worden voorgezeten door de voorzitter van het bestuur, bij zijn afwezigheid door de plaatsvervangende voorzitter. De voorzitter van de vergaderingen van de ledenraad is bevoegd niet-ledenraadsleden tot de vergaderingen of tot door hem te bepalen gedeelten daarvan toe te laten. De voorzitter wijst een ander als secretaris aan, die belast is met het houden van de notulen, tenzij een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt. De notulen worden vastgesteld en ten blijke daarvan getekend door de voorzitter en de secretaris van de desbetreffende vergadering dan wel vastgesteld door een volgende vergadering; in het laatste geval worden zij ten blijke van vaststelling door de voorzitter en de secretaris van die volgende vergadering ondertekend. Bij afwezigheid van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter casu quo de secretaris van de coöperatie voorziet de ledenraad zelf in de leiding casu quo het secretariaat.

5. Op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal ledenraadsleden als bevoegd is tot het uitbrengen van tenminste een/tiende gedeelte van de stemmen in de vergaderingen van de ledenraad, welk verzoek de te behandelen onderwerpen moet vermelden, is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een vergadering van de ledenraad op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien binnen veertien dagen geen bijeenroeping is geschied tegen een tijdstip gelegen binnen voormelde termijn van vier weken, kan namens de leden, die de vergadering hebben aangevraagd, iedere verzoeker tot bijeenroeping overgaan met inachtneming van het ter zake van het oproepen van vergaderingen van de ledenraad bepaalde.

6. In het geval, in de laatste zin van het vorige lid bedoeld, wijst de vergadering van de ledenraad haar eigen voorzitter aan.

7. De oproep tot een vergadering van de ledenraad geschiedt door middel van een oproep aan elk ledenraadslid afzonderlijk gericht. De termijn van oproeping bedraagt tenminste zeven dagen, de dag van de oproep en die van de vergadering niet meegerekend. De oproep houdt in de plaats waar en het tijdstip waarop de vergadering wordt gehouden, zomede de punten van behandeling, alles onverminderd het bepaalde in artikel 34.

8. Over onderwerpen, welke niet onder de punten van behandeling zijn opgenomen, kan in een vergadering van de ledenraad, tenzij alle ledenraadsleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn geen besluit worden genomen.


Artikel 27

1. Ieder lid van de ledenraad heeft in de vergadering van de ledenraad recht op het uitbrengen van één stem. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.

2. Elk lid van de ledenraad kan zich ter vergadering en bij de uitoefening van het stemrecht door een ledenraadslid doen vertegenwoordigen, mits bij schriftelijke volmacht. Een ledenraadslid mag ten hoogste twee ledenraadsleden vertegenwoordigen.


Artikel 28 - Coöperatieraad

1. De coöperatieraad is samengesteld uit vijf (5) leden van de ledenraad, bestaande voor drie/vijfde (3/5e) uit het midden van de verkozen ondernemingsleden, voor twee/vijfde (2/5e) uit het midden van de verkozen kapitaalleden.

2. De leden van de coöperatieraad worden door de ledenraad benoemd.

3. De coöperatieraad vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls het bestuur en/of één derde van de leden van de coöperatieraad dit wenselijk oordeelt, waarvan éénmaal voorafgaand aan de algemene vergadering waarin de jaarrekening van de coöperatie behandeld wordt.

4. De voorzitter van het bestuur treedt tevens op als voorzitter van de vergadering van de coöperatieraad.

5. De vergaderingen van de coöperatieraad zullen worden bijeengeroepen door of namens de voorzitter van het bestuur.

6. De oproep tot een dergelijke vergadering zal geschieden door middel van een oproep aan elk lid van de coöperatieraad afzonderlijk gericht.

7. Deze oproep moet minstens zeven dagen vóór het houden van de vergadering zijn gedaan.

8. Het bestuur is verplicht tot bijeenroeping van een vergadering van de coöperatieraad indien één derde van het aantal leden van de coöperatieraad daartoe schriftelijk en onder opgaaf van redenen het verzoek doet.

9. Indien het bestuur geen gehoor geeft aan het onder lid 8 bedoelde verzoek van een aantal leden en de oproep voor de vergadering van de coöperatieraad niet binnen veertien dagen na indiening van het verzoek is verzonden of gedaan, of de vergadering niet binnen vier weken na indiening van het verzoek wordt gehouden, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping van de vergadering overgaan, met inachtneming van het ter zake van het oproepen van vergaderingen van de coöperatieraad bepaalde.

10. In zodanig geval kiest de vergadering van de coöperatieraad zelf een voorzitter voor de desbetreffende vergadering.

11. Elk lid van de coöperatieraad heeft recht op het uitbrengen van één stem in de vergadering van de coöperatieraad.

12. Het bepaalde in artikel 26 is van overeenkomstige toepassing op stemmingen in vergaderingen van de coöperatieraad.

13. Het notuleren van de vergaderingen van de coöperatieraad zal geschieden door of namens het bestuur.

14. De coöperatieraad heeft tot taak de belangen van de leden te behartigen.

15. De coöperatieraad verstrekt het bestuur en de directie alle inlichtingen die nuttig of nodig zijn voor een goede afwikkeling van hun zaken en geeft gevraagd of ongevraagd advies in alles wat de belangen van de coöperatie raakt. Voorts is de coöperatieraad bevoegd de bestuursbesluiten als bedoeld in artikel 22 lid 4 goed te keuren. Aan de coöperatieraad komen de bevoegdheden toe die bij deze statuten of bij door het bestuur vast te stellen coöperatieraadreglement aan hem zijn toegekend.

16. De ledenraad kan aan één of meer leden van de coöperatieraad een vergoeding toekennen voor de kosten gemaakt in de uitoefening van hun functie en/of een vergoeding voor het bij de vergaderingen van de coöperatieraad aanwezig zijn.


Artikel 29 - Jaarverslag, Rekening en Verantwoording

1. In de in artikel 26, lid 2, bedoelde vergadering van de ledenraad:

a. doet het bestuur onder overlegging van de jaarrekening, een jaarverslag en een op schrift gesteld bestuursverslag, rekening en verantwoording over het in het afgelopen boekjaar gevoerde bestuur;

b. brengt de coöperatieraad verslag uit van zijn bevindingen bij het onderzoek van de jaarrekening.

Na verloop van de in artikel 26, lid 2, bedoelde termijn kan ieder lid de rekening en verantwoording van het bestuur in rechte vorderen.

2. Het bestuur is verplicht de jaarrekening, alvorens deze ter vaststelling aan de vergadering van de ledenraad over te leggen, te doen onderzoeken door een registeraccountant en binnen een maand na de goedkeuring van de jaarrekening een afschrift van de jaarrekening en van de verklaring van de hiervoor genoemde registeraccountant neder te leggen ten kantore van het handelsregister, waar de coöperatie is ingeschreven. In de in artikel 26, lid 2, bedoelde periode besluit de ledenraad over de vaststelling van de jaarrekening.

3. Na vaststelling van de jaarrekening als bedoeld in lid 2 van dit artikel besluit de ledenraad over het verlenen van décharge aan het bestuur voor het in het afgelopen boekjaar gevoerde bestuur.

4. Ten aanzien van het bestuursverslag worden bij een separaat reglement nadere regels gesteld omtrent de inhoud.


Artikel 30

1. Van de winst van de coöperatie verkregen uit de bedrijfsvoering zal een door het bestuur te bepalen gedeelte worden gereserveerd. Het bestuur is bevoegd op nader te bepalen aandelen een bijzondere uitkering toe te kennen overeenkomstig het bepaalde in het Reglement uitkering op aandelen en winstuitkering.

2. Na toepassing van het hiervoor in lid 1 bepaalde, besluit de ledenraad omtrent bestemming van een eventueel positief resultaat op voorstel van het bestuur. Indien de ledenraad tot uitkering van een deel van of het gehele positieve resultaat besluit, wordt het aldus vastgestelde bedrag aan de leden overeenkomstig het Reglement uitkering op aandelen en winstuitkering uitgekeerd.


Artikel 31 - Boekjaar

Het boekjaar van de coöperatie is gelijk aan het kalenderjaar.


Artikel 32 - Besluitvorming

1. Tenzij deze statuten anders bepalen, worden besluiten genomen met volstrekte meerderheid van stemmen.

2. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd met gesloten ongetekende briefjes. Stemming op andere wijze is toegestaan, indien geen van de aanwezigen zich daartegen verzet. Evenwel is stemming bij acclamatie over personen verboden.

3. Indien bij stemming over personen bij eerste stemming geen volstrekte meerderheid wordt verkregen, wordt een nieuwe vrije stemming gehouden. Indien ook dan geen volstrekte meerderheid wordt verkregen, zal een stemming plaatshebben tussen de twee personen die de meeste stemmen op zich verenigden. Komen door gelijkheid van het aantal verworven stemmen meer dan twee personen voor de herstemming in aanmerking, dan wordt bij een tussenstemming beslist welke twee personen in de herstemming zullen komen, respectievelijk wie met de persoon, op wie het hoogste aantal stemmen is uitgebracht, in de herstemming zal worden genomen. Indien bij een tussenstemming, als in de vorige zin bedoeld, of bij een eindstemming de stemmen staken, beslist het lot.

4. Bij staking van stemmen over andere onderwerpen dan de benoeming van personen, is het voorstel verworpen.


Artikel 33 - Reglementen

1. De ledenraad kan op voorstel van het bestuur bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen een huishoudelijk reglement, een verkiezingsreglement, een benoemingsreglement, een reglement uitkering op aandelen en winstuitkering en andere reglementen vaststellen, aanvullen of herzien, tenzij bij deze statuten een en ander aan het bestuur is opgedragen.

2. De reglementen zullen geen bepalingen mogen bevatten, welke in strijd zijn met deze statuten.


Artikel 34 - Statutenwijziging

1. Tot wijziging van de statuten kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 22, lid 3, sub f en met inachtneming van het bepaalde in artikel 37 lid 2, op voorstel van het bestuur worden besloten, indien:

a. gedurende een periode van tenminste vijf dagen vóór de vergadering van de ledenraad tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden, een afschrift van het voorstel tot wijziging van de statuten – in welk afschrift de voorgedragen wijziging woordelijk moet zijn opgenomen – ten kantore van de coöperatie ter inzage is gelegd;

b. tenminste veertien dagen vóór de vergadering van de ledenraad het voorstel tot wijziging van de statuten ter kennis is gebracht van de ledenraadsleden;

c. het besluit tot statutenwijziging wordt genomen met een meerderheid van tenminste twee/derden van de uitgebrachte stemmen.

2. Ieder lid van het bestuur is bevoegd de voor de wijziging van de statuten vereiste notariële akte te verlijden.


Artikel 35 - Ontbinding

1. Het besluit tot ontbinding wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 22, lid 3, sub g, op voorstel van het bestuur genomen met een meerderheid van tenminste drie/vierden van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van de ledenraad waarin tenminste twee/derden van de ledenraadsleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Zijn in een vergadering, waarin het voorstel tot ontbinding aan de orde is gesteld, niet tenminste twee/derden van de ledenraadsleden aanwezig of vertegenwoordigd, dan zal een tweede vergadering worden bijeengeroepen, te houden uiterlijk dertig dagen na de eerste, die alsdan, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde ledenraadsleden, mits met een meerderheid van tenminste drie/vierden van de uitgebrachte stemmen, een geldig zodanig besluit kan nemen.

2. Het in artikel 34, lid 1, sub a en b bepaalde, is op een voorstel tot ontbinding van overeenkomstige toepassing.


Artikel 36

1. De coöperatie wordt ontbonden:

a. door een daartoe strekkend besluit van de ledenraad met inachtneming van artikel 34;

b. door haar insolventie, nadat zij in staat van faillissement is verklaard of door de opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;

c. door de rechter in de gevallen in de wet bepaald;

d. door het geheel ontbreken van leden.

In het sub a bedoelde geval is het bestuur met de vereffening van de boedel van de coöperatie belast; de ledenraad is evenwel bevoegd om de vereffening op te dragen aan een daarvoor speciaal aan te wijzen commissie.

2. Uit hetgeen na voldoening van alle schulden van het vermogen van de coöperatie is overgebleven, wordt allereerst, zo mogelijk en met in achtneming van het hierna in artikel 37 bepaalde, terugbetaald op het op de aandelen gestorte bedrag. Het dan resterende bedrag krijgt een bestemming die in overeenstemming is met de doelstellingen van de coöperatie te bepalen door de ledenraad op voorstel van het bestuur. Uitkering van het liquidatiesaldo kan ook op andere wijze dan in contanten plaatsvinden.

3. Gedurende dertig jaren na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de coöperatie rusten onder degene, die daartoe door de ledenraad is aangewezen.


Artikel 37 - Beklemd vermogen

1. Het vermogen, zoals dat zal blijken uit de balans per eenendertig december tweeduizend elf, alsmede de vruchten daarvan, mogen conform en met inachtneming van het bepaalde in artikel 18 lid 6 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, slechts worden besteed overeenkomstig het doel van de stichting, te weten de bevordering van de biologische-(dynamische) landbouwmethode en de praktische toepassing van sociale driegeleding en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

2. Het bepaalde in lid 1 van dit artikel mag niet worden gewijzigd, tenzij voorafgaand aan deze wijziging rechterlijke goedkeuring is verleend.